logo

© Oudheidkundig Genootschap Oud-Quadyck



Home
Van Oud-Raeffeldam naar Verdrey/Drei

Mede als gevolg van de archeologische veldkartering van Kwadijk en Hobrede tussen 1980 en 1985 is duidelijk geworden dat Kwadijk vroeger noordelijker heeft gelegen onder de naam Drei (ook wel Verdrey, Verdray, Dreya). Dit dorp lag iets ten noorden van de Oud-Raeffeldamweg te Hobrede. De Oud-Raeffeldamweg impliceert echter een andere naam: Oud-Raeffeldam. Waar komt die naam vandaan? Een overzicht van de speurtocht naar Oud-Raeffeldam die eindigt in Verdrey/Drei….

 

C.J. Calkoen
Eén van de oudste vermeldingen van onderzoek dateert uit 1952. De heer H.J. Calkoen uit Velsen had puinresten in het land tussen Hobrede, Kwadijk en Axwijk aangetroffen. Bovendien meldde hij dat in de volksmond gesproken werd over een verdwenen dorp: Oud-Raeffeldam.

Walter Stahl
De Edammer amateurarcheoloog Walter Stahl, verrichte tussen 1958 en 1959 onderzoek in het gebied. Hij kwam erachter dat de naam Oud-Raeffeldam niet in officiële bronnen zoals kerk- en stadsarchieven voorkwam.

Stahl boekte echter grote vooruitgang met een stukje onderzoek naar oude weilandnamen zoals De Kosterije, De Kerkhoven, Mossewoud en Jonckvrouwenland. Hij bezocht de eerste twee percelen en deed niet alleen aardewerkvondsten maar zou ook de restanten van een veldoven voor aardewerk hebben gevonden. Perceel De Kerkhoven gaf, in de vorm van beenderresten, bewijs van een vroeger kerkhof.

In die periode deed ook de ROB (Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort) een verkennend onderzoek wat een benen wolkam opleverde.

Ruilverkaveling Zeevang
Tussen 1957 en 1963 vond een grote ruilverkaveling en streekverbetering in de Zeevang plaats. Nieuwe boerderijen werden gebouwd; nieuwe wegen aangelegd. Eén van die nieuwe wegen was de Oud-Raeffeldamweg waaraan vier nieuwe boerderijen werden gebouwd. Tijdens de aanleg ervan en de aan weerszijden van de weg gegraven sloten, werden de nodige vondsten gedaan.

Oud-Quadyck
Toen Oud-Qyadyck in 1963 werd opgericht was één van de doelstellingen het achterhalen van de oudste bewoningsgeschiedenis. Uit enkele artikelen van regionale amateurarcheologen hadden de leden inmiddels achterhaald dat er een Middeleeuws dorp tussen Axwijk en Hobrede zou hebben gelegen dat Oud-Raeffeldam had geheten. Regelmatig vroegen de leden van Oud-Quadyck toestemming aan landeigenaren, cq gebruikers van percelen aan de Oud-Raeffeldamweg of zij archeologisch onderzoek mochten doen. De verschillende eigenaren/gebruikers waren zelf ook nieuwsgierig naar wat hun land eventueel verder prijs zou geven en gaven dus toestemming.

Er werden veel vondsten gedaan, bijvoorbeeld in de vorm van kogelpotscherven van inheems aardewerk, maar ook van Pingsdorf en Paffrath waar. Daarnaast vonden de Oud-Quadyckers aanwijzingen van een verdwenen kerkje of kapelletje. Tenslotte kwamen ook veel ‘nieuwe’ oude weilandnamen boven water zoals Ommesland, Papenwoud, Het Lub, Daalderswoud, Roowoud, Grote Woud, Gunnewoud, Bakkerswoud.

De mythe dat het dorp Oud-Raeffeldam heeft geheten bleef in stand tot ongeveer 1980, de periode waarin Oud-Quadyck met de archeologische veldkartering bezig was, zie daarvoor verder op onze expositie. Toen kwam aan het licht, mede door onderzoek van drs Ritman uit Den Haag, dat het verdwenen dorp niet Oud-Raeffeldam maar Verdray, ook wel Drei of Verdrey had geheten. En daarmee kwam een legende ten einde. Toch verdween de legende niet helemaal want de Oud-Raeffeldamweg blijft daaraan herinneren…

Kwadijk alias Verdrey!
De heer Ritman ontdekte in een oud manuscript uit 1567 gegevens over het verdwenen dorp. Commissaris Jacob van Quesnoy en secretaris Jehan Purtijck verrichtten in dat jaar namens het Hof van Holland een inspectietocht naar het dijkonderhoud in de wijde omgeving. Op 7 juli kwamen zij in Kwadijk aan. Vanuit Kwadijk, beschrijft Van Quesnoy, “… begaf men zich landinwaarts naar het perceel van de weduwe van Jacob Schoffzoon, omdat hier eertijds Kwadijk, dat toen nog Verdray heette, gelegen had”.

Van Quesnoy en Purtijck hadden tijdens hun tocht van verschillende getuigen vernomen dat Kwadijk destijds diep in het binnenland had gelegen, ten noorden van het huidige dorp tussen de Wijzend en De Nieuwendijk.

Quesnoy en Purtijck kwamen met meer ‘bewijsmateriaal’:

  • Ten noorden van de Kwadijker kerk lag in het perceel van de weduwe van Jacob Schoffzoon een ronde plaats, met daaromheen een laagte. De eerste was het “Oude kerckhoff van Oude Quadyck”, het tweede de weg die vroeger voor de (begrafenis-)processies werd gebruikt;
  • De ronde plaats werd in 1567 nog altijd het “Oude kerckhoff van Oude Quadyck” genoemd;
  • Op de ronde plaats stond een houten kruis;
  • Rond 1500 was deze ronde plaats rondom afgesloten geweest van het omringende land en werd als een gewijde plaats beschouwd;
  • Jaarlijks vond toen nog een processie plaats vanaf de Kwadijker kerk in noordelijke richting over een zogenoemd kerkenpad;
  • De inwoners van Kwadijk betaalden jaarlijks voor het oude kerkhof belasting aan de provisoor (geestelijk verzorger) van Amstelland;
  • De naam Verdrey komt voor in het Chijnsbouck van genoemde provisoor;
  • Het was in 1567 bekend dat ter plaatse van het oude kerkhof nog resten werden gevonden van de oude kerk;
  • Het was tevens in 1567 bekend dat in de omgeving van de gewijde ronde plaats mensenbeenderen waren aangetroffen.

Van kerk naar kerk
Nadat de bewoners het dorp Drei hadden verlaten en zich in Kwadijk hadden gevestigd, bouwden zij daar ook een kerk, dat moet zijn gebeurd op de locatie van de huidige kerk. Maar de (plaats van de) oude kapel/kerk in Drei bleef bekend; het kerkhof in gebruik. De nieuwe kerk in Kwadijk, de oudste die er heeft gestaan, werd op dezelfde hoogte (dezelfde ‘weer’) als de kerk van Drei gebouwd.

De oudste Kwadijker kerk stond er al in 1414, het jaar waarin de Kwadijkers verplicht poorters (burgers) van Edam werden. Want in het betreffende handvest wordt vermeld dat de vredemakers van Kwadijk jaarlijks op Goede Vrijdag in de kerk werden gekozen. En daarmee zal ongetwijfeld de kerk van Kwadijk worden bedoeld. Het zal een eenvoudig, rechthoekig gebouwtje zijn geweest, waarschijnlijk gebouwd van hout, bedekt met riet of leisteen. De Kwadijker kerk had geen eigen pastoor maar werd bediend door rondtrekkende priesters of monniken van met name de Abdij van Egmond. In de 15e eeuw viel de Kwadijker kerk onder de Parochie van Edam en verzorgden Edammer geestelijken de diensten. Kwadijk betaalde daarvoor jaarlijks 67 en 3/8ste pond aan de kerk van Edam. Later kreeg Kwadijk een eigen priester. In 1565 was dat zeker al het geval want de toenmalig pastoor schreef in dat jaar een getijdenboek dat is overgeleverd.

Wanneer de oudste kerk is gebouwd is niet bekend. Maar wellicht in de 14e eeuw, kort nadat de bewoners van Drei in Kwadijk waren neergestreken.

Mogelijk is het gebouwtje één of meerdere malen vernieuwd of vergroot totdat, waarschijnlijk rond 1500 een éénbeukige kruiskerk werd gebouwd die op verschillende, vooral 18de eeuwse topografische tekeningen is afgebeeld.

De kerk was van hetzelfde type als de tegenwoordige kruiskerk van Oosthuizen. Ook in Warder heeft een vergelijkbare kerk gestaan. Beide kerken zouden eveneens rond 1500 zijn gebouwd.

Seendplichtig
De Kwadijker kerk was seendplichtig. Seend is een zeer oude, Middeleeuwse bisschoppelijke belasting. Plaatsen die seendplichtig waren, duiden op een hoge ouderdom. Onduidelijk is of oorspronkelijk de kerk van Drei seendplichtig was en dat die verplichting is overgegaan op de kerk die in Kwadijk werd gebouwd nadat de bewoners van Drei hun dorp hadden verlaten. De seend zou een herinnering kunnen zijn aan de allereerste ontginning (Drei) in de vorm van seendgeld dat later overging op het dekanaat Amstelland bij de stichting van Kwadijk.

Bovenstaand is echter speculatief, bewijs voor deze theorie ontbreekt voor alsnog.

 

Zoeken